Waarom de Duitsers wel winnen

‘Als je pech hebt, dan heb je een paar Hollanders in je team. Die weten het altijd beter’

Dick van Burik, vele jaren (Nederlandse) speler bij Hertha BSC

In 2006 verscheen mijn boek ‘De laatste minuut, de 7 mythen van het Duitse voetbal’. Hierin deed ik een uitspraak over 7 mythen die de ronde doen over het Duitse voetbal. Inmiddels is het ontkrachten of bevestigen van voetbalmythen een nationale hobby geworden, maar in 2006 keek men toch vooral raar op van een positief boek over het Duitse voetbal. Toen het boek verscheen vond iedereen mijn uitspraak dat Duitsland tijdens het WK hoger zou eindigen dan Oranje, en minsten de halve finale zou halen, minimaal absurd. De historie heeft laten zien dat Duitsers zich kunnen ‘heruitvinden’. Nu Oranje nog. Een samenvatting van hoofdstuk 6 mijn onderzoek is onderstaand terug te vinden.

‘Nederlanders vinden zichzelf leuker dan Duitsers, en Duitsers zijn het daarmee eens’. Dit  citaat van Philippe Remarque, Volkskrant correspondent in Berlijn,  lezen we als nuchtere Hollanders natuurlijk maar al te graag. ‘Wij’ hebben humor. ‘Zij’ niet. Wij zijn ‘locker’, zij niet. En ga zo maar door. Vraag een Nederlander naar een mening over Duitsers en een stortvloed aan ongenuanceerde meningen wordt over u uitgestort. Wat wil je ook. Als Nederlander hebt je maar twee buurlanden, waarvan één de grote broer en de ander de kleine broer is. Het Calimero-complex ligt dan al snel op de loer: ‘Zij zijn groot en ik is klein, en da’s niet eerlijk!’. Ook Freud wordt met zijn ‘narcisme van de kleine verschillen’ ‘in het artikel van Remarque, als ook in hét boek over de cultuurverschillen tussen Duitsers en Nederlanders, ‘Onbekende Buren’ van Dik Linthout, aangehaald. Duitsers zijn in de ogen van Nederlanders dan al snel kuilen  gravende, humorloze, schreeuwende, hard rijdende, worstetende, dikke bierdrinkers. Stoom afblazen tegen een grotere broer is blijkbaar een emotioneel noodzakelijke activiteit, een compensatie voor een ondergeschikte positie. Maar goed, ook de Duitsers kunnen er wat van. Nederlanders zijn mensen die in sleephutten (caravans) wonen, langzaam links op de Duitse snelwegen rijden, slap brood eten en tevens bemoeizuchtige, brutale en babbelende zedenprekers zijn. Kortom, het is heerlijk om tegen een grotere én kleinere broer aan te schoppen.

Cultuurverschillen Duitsland – Nederland

Zo kunnen we nog wel even doorgaan, maar veel verder in onze analyse van de verschillen op voetbalgebied komen we dan niet. Enerzijds ontkom je er niet aan om algemeenheden te benoemen en bespreekbaar te maken. Anderzijds is het centrale doel van ‘De laatste minuut’ de zeven mythen van het Duitse voetbal te onderzoeken en al dan niet te bevestigen. Daarvoor moeten we dieper en specifieker kijken, om uiteindelijk de verschillen en hun uitwerking op het voetbal te kunnen duiden. Kijken we naar de cultuuraspecten, dan zijn de volgende twee mythen van belang

Mythe 4:

Voor Duitse spelers is voetbal een beroep, voor Nederlandse een spel.

Mythe 5:

Het Nederlandse voetbal richt zich vooral op ‘Techniek, Intelligentie, Persoonlijkheid en Snelheid’ (TIPS). Het Duitse voetbal richt zich op ‘Kampfgeist, Einsatz, Willen, Ordnung en Leidenschaft’, wat ik in het acroniem KEWOL heb vervat. Spreek uit Geh Wohl.  En (voetbal)humor hebben Duitsers écht niet.

Om het antwoord op de vraag of deze mythen kloppen te vinden, is een analyse van de verschillen tussen Duitsers en Nederlanders onontbeerlijk, zowel vanuit algemeen als vanuit voetbalperspectief. Hierover meer in deel 2.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *