Arrogante voetballers

Een column van Johan Cruijff in De Telegraaf heeft wederom tot verhitte discussies geleid in het piepkleine Nederlandse voetbalwereldje. Ajax-trainer Martin Jol meent vandaag te moeten zeggen dat 90% van de reacties in de media een Pamela Anderson gehalte hebben en direct in de prullenbak kunnen. Behalve die van Cruijff natuurlijk. Jol kijkt natuurlijk wel beter uit. Ajax-icoon Cruijff en De Telegraaf tegen je in het harnas jagen, er zijn trainers voor minder de laan uitgestuurd. En wanneer zelfs je broer op de loonlijst bij Ajax staat, dan is een politiek correcte reactie wel zo gepast. Want pas op. Geef vooral niet teveel (al dan niet gefundeerde) kritiek op voetballers, trainers en betaald voetbalorganisaties, want voor je het weet ben je een persona non grata. Ik kan erover mee praten!

Voetballers kunnen slecht, wat zeg ik, zeer slecht tegen kritiek. En dat terwijl zij zich ook nog eens alleen laten beoordelen door oud-voetballers. Dat is zoiets als een slager die zijn eigen vlees keurt, en het is geen wonder dat de meeste voetbalprogramma’s inmiddels veredelde slaapmiddelen zijn geworden. Oxazepam, no way. Even een voetbalprogramma aanzetten en ik ben zo weg! Talking heads met een babbelgehalte waarbij De Tafel van 5 in het niet zou vallen.

Gefundeerde opmerkingen van binnen of buiten de sector worden echter direct terzijde geschoven, zeker als het enige wetenschappelijke waarde heeft. Bah…wetenschap: hoe meer kennis erachter zit, hoe wantrouwiger voetballers worden. Niet zo vreemd, want de beste spelers zijn juist zo goed omdat ze intuïtief dingen kunnen die met veel nadenken zouden mislukken. Denk aan Van Basten, Maradona, Pele en Cruijff. Kom dan maar eens met onderzoek waaruit blijkt dat strafschoppen te trainen zijn, grensrechters onmogelijk altijd de juiste beslissing kunnen nemen met de buitenspelregel of waaruit blijkt dat technische hulpmiddelen nodig zijn om te kunnen constateren of een bal achter de doellijn is gekomen. Nee, dan geven bobo’s, trainers en spelers niet thuis.

Wij, het dankbare publiek, accepteren het blijkbaar. De voetballers zijn de gladiatoren van deze tijd. Brood en spelen en het volk is rustig. Spelers kunnen er wedstrijd na wedstrijd een potje van maken, als er toevallig een voorzet op een hoofd van een aanvaller valt en een doelpunt wordt gescoord, is alles snel vergeven en vergeten. Of neem de journalist die naar Milaan was gereden voor een interview met een Hollandse meester, en onverrichter zake kon terugkeren omdat de speler boos was. Er had een paar weken eerder een licht kritisch verhaal over zijn functioneren in het lijfblad van de voetballer gestaan. Een kop koffie kon er nog net af.

Het gedrag van trainers en spelers is nauwelijks meegegroeid met het belang dat zij in de maatschappij hebben. Voetballers in de jaren zestig en zeventig, een uitzondering daargelaten, gingen na hun actieve loopbaan verder met een maatschappelijke carrière, of dit nu in de advocatuur (Keje Molenaar), als coach (Krol, Van Hanegem, Cruijff) of in een sigarenzaak (Bennie Muller c.s.) of kledingzaak (Coen Moelijn) was. Nu zijn de beste spelers al rond het 25e levensjaar financieel binnen. Terecht! Miljoenen mensen kijken naar hun kunsten. En waarom mogen artiesten wel, en voetballers niet miljoenen verdienen als ze succesvol zijn?

Het verschil tussen artiesten en voetballers is dat de eerstgenoemde vaak alleen of in klein gezelschap avond aan avond moeten en kunnen presteren. Ik blijf het opvallend vinden hoe gedisciplineerd de meeste artiesten tegenwoordig zijn, Amy Huiswijn daargelaten natuurlijk, en hoe goed hun performance avond aan avond is.

Voetballers daarentegen lijken een constructie te hebben opgeworpen die hen beschermt tegen zowel goedbedoelde als slechte kritiek. Alles glijdt van hen af als water van een paling. Toen ik laatst in mijn voetbalhoedanigheid voor de radio met een bekende international te gast was, beet deze mij na afloop het volgende toe: ‘als ik had geweten dat jij hier was, was ik niet gekomen’. U moet weten dat ik 10 jaar geleden (u leest het goed, tien jaar geleden) kritiek op de beste man had omdat hij een belangrijke strafschop had gemist. Wellicht toch een klein effectje? Kritiek die overigens na langdurig onderzoek stevig gefundeerd was, en al voorafgaand aan de wedstrijd was aangekondigd. Maar goed, ik ben geen voetballer natuurlijk.

Het geeft denk ik aan dat het woord professional vooral betrekking heeft op de financiële vergoeding van de spelers, niet op de persoonlijke houding. Echte professionals luisteren naar anderen, ook van buiten de eigen sector. Proberen zich te verbeteren en te leren van fouten. Durven elkaar aan te spreken op mindere prestaties. Coachen elkaar. En worden afgerekend als het minder gaat. Niets van dit alles bij voetballers. Een kringgesprek is al heel wat.

Het wordt tijd dat deze inteelt in het Nederlandse voetbal een noodzakelijk frisse impuls krijgt, want het lijkt nu meer op cirkeltjes draaien en eindeloze herhaling van zetten. En net als bij het dammen, leidt dit tot oervervelende wedstrijden.

1 thought on “Arrogante voetballers”

kyle 12 jaar ago

yeah nice

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *