Het Post WK syndroom

Een terugkerend fenomeen in de internationale voetbalarena is het zogenaamde post WK syndroom. Hoewel er nog geen eenduidige definitie van het begrip bestaat, wordt het begrip toch met enige regelmaat na WK’s gebezigd. Het komt er in het kort neer dat spelers die succes hebben behaald op een WK voetbal voor landenteams, daarna geen deuk eer in een pakje boter kunnen schieten. Kortom, succesvolle landen als Italië, Frankrijk en Duitsland presteren in een periode volgend op een WK matig tot slecht met hun nationale elftallen. Zijn er meerdere indicaties mogelijk om te bepalen of het Post WK syndroom wel echt bestaat?

Na de onlangs gespeelde interland Cyprus-Duitsland, eindigend in 1-1, kreeg ik aardig wat te verduren van vrienden en kennissen: “Zie je wel, die Duitsers kunnen er helemaal niets van. Hoezo zijn ze verder met hun verjonging dan Van Basten bij Oranje?””

 

Daarbij vergeten we natuurlijk wel even dat Duitsland derde is geworden op het WK, een prestatie die slechts tweemaal in de geschiedenis is overtroffen door ‘onze jongens’. Maar goed, de 1-1 tegen Cyprus is natuurlijk geen wereldprestatie. Maar ook de andere landen die ver zijn gekomen op het WK hebben het lastig. Italië verliest de eerste wedstrijd tegen Kroatië en ook Frankrijk is niet echt sterk uit de startblokken gekomen. Portugal verliest van het echt niet sterke Polen. Bij een opeenvolging van dergelijke resultaten wordt al snel over het Post-WK syndroom gesproken.

 

Er zijn andere indicatoren die kunnen laten zien of sprak is van het syndroom. Een voorbeeld is de toename van ernstige blessures bij spelers die glorieerden op het WK. Voorbeelden hiervan zijn nu de zware blessures die bijvoorbeeld de Franse uitblinker Ribery en de Duitse vleugelspits David Odonkor momenteel geveld hebben. Ook de resultaten van ‘hofleveranciers’, clubs die de meeste spelers aan nationale elftallen hebben geleverd, zijn indicatief. Zo staat noch Bayern München, noch Real Madrid, noch Ajax of AZ, noch Chelsea momenteel bovenaan in de eigen competitie. Een laatste indicator is de mate van succes in de Europese competitie. Het in de kwartfinales uitgeschakelde Engeland is met vier vertegenwoordigers in de tweede ronde (OK, met de halve wereld in het veld) daarbij veel succesvoller dan bijvoorbeeld Duitsland, met slechts één overgebleven vertegenwoordiger.

 

Wat zijn de mogelijke redenen voor tegenvallende resultaten na een WK, juist van de succesvolle naties en spelers? Een van de redenen is overtraindheid. Sommige spelers worden direct terugverwacht bij de club en krijgen te weinig rust van de trainers. Gevolg, vermoeidheid en minder attent op mogelijke blessures. Ook zijn dergelijke spelers minder snel en fit en dus minder goed geprepareerd voor wedstrijden. Naar mijn mening kan je dit soort topspelers na een WK beter 4 weken vakantie geven en ze dan weer langzaam invoegen in het team. Op lange termijn heb je dan veel meer aan deze spelers. Maar ja, welke coach zou dat doen? Een andere reden natuurlijk het feit dat winnaars vaak goed feestvieren, zoals de Italianen, de Fransen en de Duitsers natuurlijk na het WK gedaan hebben. Vaak niet de beste manier om je te prepareren op een nieuw seizoen. De boog kan tenslotte niet altijd gespannen staan.

 

Kortom, genoeg indicatoren om te kunnen bezien of een post WK-syndroom al dan niet bestaat. Omdat het nogal wat werk is om het syndroom daadwerkelijk aan te tonen, zal ik in een later stadium met cijfermateriaal hier op terug komen. Basis van de aanpak wordt in ieder geval de analyse van de resultaten van het nationale elftal en teamclubs in de periode NA een WK.

 

Heft u nog suggesties of informatie over het Post WK syndroom, stuur het me toe via de reaktiemogelijkheid op dit artikel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *