Managementlessen van het EK 2016

Bondscoach! coaching handboek voor 16 miljoen Nederlanders

Bondscoach! coaching handboek voor 16 miljoen Nederlanders

Love it or hate it, je kan niet om het voetbal heen tijdens Europese- en Wereldkampioenschappen voor landenteams. Zelfs niet als je eigen land niet meedoet. Juist door het ontbreken van het Nederlands elftal bood het EK voetbal 2016 een mooie gelegenheid om met een objectieve blik naar wedstrijden te kijken. Welke lessen kunnen we trekken uit de successen van de IJslanders en Welshmen, de kleine krachtsverschillen tussen kleine en grote voetbalnaties, de vroege uitschakeling van de Engelsen, het ontbreken van Oranje, de slecht genomen penalty’s, het vaak oersaaie spelverloop en de onverwachte uitschakeling van België en Duitsland?
Onderstaand mijn zes lessen van dit EK voetbal 2016


1. Vertrouwen is goed, controle is beter

Het aantal grove overtredingen en schwalbes, het ‘gedoe’ op het veld, het leek rustiger dan ooit voor de scheidsrechters. Spelers respecteerden en accepteerden beslissingen meer dan ooit, zelfs als die in hun nadeel uitvielen. Natuurlijk, een elleboog in het gezicht van de tegenstander planten is nog steeds niet uitgebannen. Maar ook hier: het viel mee. Zou het feit dat echt alles wordt geregistreerd hieraan bijdragen; dat de scheidsrechter-teams beter zijn ingespeeld en dezelfde taal spreken, dat regels helder zijn? Ik denk het. Kortom, de tijd van notoire schoppers (denk aan Nigel de Jong en Mark van Bommel) lijkt voorbij. Ze komen nauwelijks meer voor en als er al ‘pitbulls’ op het veld rondlopen, dan kunnen ze ook fantastisch voetballen, zoals de jonge Sanches van Portugal. Als de snoeiharde verdediger Pepe van Portugal tot ‘Man of The Match’ wordt uitgeroepen na de finale, dan weet je dat het spel binnen de grenzen is gebleven. Dus: winnaarstypes welkom, schoppers vaarwel.

Managementles: duidelijke regels en richtlijnen, controle door betrouwbare teams van leidsmannen en –vrouwen en ‘het spel’ ontrolt zich behoorlijk sportief. Dat is misschien geen sociaal wenselijke uitkomst, we horen liever ‘minder controle en meer vertrouwen’, maar de realiteit haalt ons daarbij steeds weer in. Goede controle door betrouwbare leidsmannen en -vrouwen, het is en blijft noodzaak om tot eerlijke resultaten te komen. Dit punt lijkt mij koren op de molen voor compliance en governance professionals!
2. De beste wint niet altijd

Laten we wel zijn, Duitsland heeft het beste voetbal laten zien. Dominant voetbal met veel balbezit, elegante voetballers, weinig gezeur en uitgespeelde kansen bij de vleet. Alleen, ze winnen het EK niet. Dat lijkt geen toeval, dat is vaker zo en daar weten wij als Nederlanders alles van. Vaak speelde Oranje het mooiste voetbal tijdens EK’s en WK’s (denk aan 1974; 1992, 1994, 1998) maar winnen deden we niet. Opvallend is dat de Duitse voetbalbond na het volledig mislukte EK van 2000 en de met lelijk voetbal bereikte WK finale van 2002 het roer flink omgooide. Men wilde gaan spelen als Brazilië en Nederland, maar wel met behoud van de eigen positieve stijlkenmerken als fysieke en mentale kracht en scorend vermogen. Veel balbezit (NB in de halve finale wedstrijd tegen Frankrijk dit EK was het bijna 67%), technisch vaardig en attractief voetbal, dat is het Duitse voetbal van nu. Toch lijkt men tegelijkertijd te zijn kwijtgeraakt wat de kracht van het oude Duitse voetbal was: waar zijn de scorende spitsen gebleven, de Gerd en Dieter Müllers, de Klaus Fischers, de Miroslav Kloses? Spits Gomez viel uiteindelijk af door een blessure, maar was al jaren niet opgeroepen. Om over de matige kwaliteit van de strafschoppen, vroeger een kernkwaliteit van de Duitsers, maar te zwijgen. De teleurstelling bij de Duitsers is wellicht juist zo groot omdat men eindelijk écht de beste is qua voetbal, maar nu niet wint. Dit in tegenstelling tot vele voorgaande toernooien waar men niet de beste was, maar wel won.

Managementlessen: het is moeilijk vast te houden aan je eigen kernkwaliteiten als je je richt op het verkrijgen van die van anderen. Soms raak je daardoor de essentie van wat je vroeger succes bracht zelfs kwijt.
3. Team belangrijker dan verzameling talenten

Wie was er dit EK NIET voor Wales of IJsland? De kleine voetballanden lieten zien hoe je kan uitgaan van de eigen (beperkte) talenten en hier het maximale rendement uit kan halen. Een fantastische prestatie van de Klein Duimpjes van het internationale voetbal. Kortom, talent is niet alles. Anders was tenslotte het al in de voorronde uitgeschakelde Oranje (door nota bene IJsland) minimaal tot de kwartfinales gekomen. Het gaat in het hedendaagse voetbal om wilskracht, fysieke en mentale kracht, op trots zijn op voor het eigen land te spelen, weten wat je wel en niet kunt, maar vooral om coaches die een team weten te bouwen uit een groep sterke persoonlijkheden en/of ego’s. Dat blijft een uitdaging voor trainers, zeker bij het Nederlands elftal. Sinds jaar en dag is dat met regelmaat een verzameling getalenteerde BV’s, maar geen team.

Hoewel het voetbal in het merendeel van de gevallen niet om aan te zien was, het was wel leuk te zien dat bijna bij alle landen sprake was van een hecht collectief. Van Albanië tot Zwitserland, de spelers vochten vaak meer met het hart dan met de benen. Fysiek en tactisch kunnen alle teams mee en daardoor is het speelveld erg klein. Dit zorgde voor weinig kijkspektakel, maar wel voor spanning. Ook de zwakker ingeschatte teams bleven tot het laatst toe kansrijk. We weten al lang dat het team groter is dan een verzameling van individuen. Dit EK bleef het aantal spelers met exceptionele verrichtingen beperkt. Dat is jammer voor de kijksport want we zien liever spelers al Messi en Robben excelleren. Maar het is wel de trend.

Managementles: talent is belangrijk, maar minimaal even belangrijk zijn mentale en fysieke weerbaarheid. Die laatste twee zijn net zo goed vast te stellen, trainbaar en toetsbaar. Liever dus een groep matige spelers met volledige inzet voor het team dan een groep met egotrippers. Eén of twee (geaccepteerde!) egotripper(s) c.q. individualisten in een team kan echter geen kwaad.
4. Poen is nog geen prestatie

Het Engelse elftal is waarschijnlijk het best betaalde team ter wereld. Matige spelers verdienen tonnen, per week en in ponden. Je zou dan als speler kunnen gaan denken dat je écht goed bent. En dat is waarschijnlijk wat er steeds weer met het tegenvallende Engelse team gebeurd. Spelers als de matige keeper Joe Hart zouden in de Nederlandse competitie waarschijnlijk al lang op een zijspoor zijn beland, in Engeland krijgen dergelijke spelers bij gebrek aan beter een vet contract. Men denkt met 1-0 voor te staan omdat de selectie veel meer waard is dan bijvoorbeeld die van IJsland. Om over de salarisstroken maar te zwijgen. Zoals eerder op deze site is besproken geldt hier de wet van Cruijff: ‘ik heb een zak geld nog nooit een doelpunt zien maken’. De waarde van spelersgroep is geen indicatie van hun gezamenlijke kwaliteit. Dat besef is en was er bij de spelers van IJsland en Wales. En dat weet men inmiddels ook in België, dat de favorietenrol bij lange na niet kon waarmaken.

Managementles: spelers en teams worden beter door continu in zichzelf te blijven investeren (denk aan Ronaldo), niet door ze een grote zak geld te geven. Grote sommen geld leiden spelers/mensen eerder van het échte doel van hun werkzame leven af dan dat het aanzet tot grote daden. Veel poen is nog geen prestatie. Denk aan de bonuscultuur in de financiële sector.
5. Een goede strategie en voetbalvisie zijn zonder de beleving van de spelers niets waard

De grote makke van het Engelse team? Nou, eigenlijk dat niemand weet of kan vertellen op welke wijze ze nu eigenlijk wilden gaan voetballen en succes wilden gaan behalen. Het team was een groep spelers die als los zand toch samen tot ‘iets’ moesten zien te komen en die het voetbalintellect mist om met oplossingen te komen als men achter staat. De trainer? Die geeft een klap op de bibs en zegt ‘vooruit jongens, spelen’. Dat is voor een coach als Roy Hodgson, met een jaarsalaris van £5 miljoen toch niet de minst bedeelde, wel erg mager.

Visie en strategie zijn aan ontwikkeling en verandering onderhevig. Dat geldt ook en vooral voor Nederland. Te lang blijven hangen in ‘de Hollandse school’ zonder aanpassing aan de nieuwe wetten van het spel, staat gelijk aan sportieve zelfmoord. Het gaat bij voetbalstrategie om het verrassen van de tegenstander. Dat begrijpt IJsland (denk aan de inworpen) inmiddels beter dan Nederland. Nee dan de Fransen, Portugezen, Duitsers, Italianen, Welshmen en IJslanders. Bij deze teams was duidelijk wat men wilde, hoe men het wilde en men bleef strak volgens die strategie spelen. Hulde!

Managementles: met een heldere visie en strategie is niets mis. Maar de toets is: kunnen de spelers zich erin vinden en spreken ze elkaar erop aan. Pas dan is er de situatie waarin de teamleden zelf hun verantwoordelijkheid kunnen nemen in de praktijk.
6. Bewezen succesfactoren worden niet opgepikt – De vermaledijde strafschoppen

Ik ontkom er niet aan iets te zeggen over de strafschoppen. Wie denkt dat het professionele topvoetbal zonder statistische informatie kan, komt snel bedrogen uit. Inmiddels wordt van alles gemeten en veel zie je zelf op televisie voorbijkomen, van het aantal gelukte passes, het percentage balbezit tot aan het gelopen aantal kilometers per speler en team. Die gegevens zijn leuk om te weten maar het zijn nu net cijfers die niet of nauwelijks iets zeggen over de mogelijke uitslag.

Maar als statistieken écht iets zeggen, in het geval van strafschoppen dus, dan vindt een groot deel van de voetbalkenners het al snel onzin. Vreemd, want we weten wat de ideale lengte van de aanloop is, kennen de ideale richting van het schot, hebben methoden om de stress van spelers te beperken, weten waarop keepers moeten letten om meer penalty’s te stoppen. Alles om veel meer succes te hebben in penaltyreeksen. De kennis wordt nog weinig gebruikt en dat is in essentie idioot, want hierdoor had veel leed voor spelers en teams voorkomen kunnen worden. Hoe werkt het?

Er zijn bij een strafschopserie vier mogelijke uitkomsten. Neem bijvoorbeeld de situatie dat Duitsland en Italië tegen elkaar uitkomen. Als zowel Duitsland als Italië niet op strafschoppen trainen is inderdaad sprake van een loterij. Men doet maar wat en God zegene de greep. De gelukkigste wint. Traint Italië wel en Duitsland niet, dan zal Italië in 90% van de gevallen winnen. Traint Duitsland wel en Italië niet dan zal Duitsland in 90% van de gevallen winnen. Als beide teams op penalty’s trainen dan wint het team dat het beste hierin is geworden. Dat noem ik professionalisme. Dat is ook wat we willen, dat sport eerlijk is en…dat de beste wint. En ja, ook dan kan pech en toeval een rol spelen, maar wel veel minder dan nu het geval is.

Nog enkele leuke feitjes die we weten uit penalty-statistieken:

Spelers die individuele prijzen hebben gewonnen, zoals voetballer van het jaar, Ballon d’Or of gouden schoen, missen veel vaker een strafschop dan gemiddelde of jonge aankomende sterspelers! We hebben het hier over Messi, Ronaldo, Schweinsteiger, et cetera. Cruyff en Beckenbauer misten 50% van hun strafschoppen. Komt dit het beeld je bekend voor tijdens dit EK?
Een te korte aanloop (ideaal is 5 á 6 meter), een te snel aangevangen aanloop zonder concentratie en directe communicatie met de keeper leiden tot meer missers.
Bij grote toernooien eindigt ongeveer 1 op de 3 wedstrijden in de knock-outfase in een strafschopserie.

Kortom, strafschoppen zijn een kritieke succesfactor. Wie die negeert, behaalt geen succes, zo simpel is het!

Managementlessen: managers die kritieke succesfactoren negeren zijn gedoemd om met hun team te worden ‘uitgeschakeld’. Wil je niet buitenspel staan, zorg dan dat jouw kennis up-to-date blijft. Zwelg niet in successen uit het verleden. Omarm de (sport)wetenschap en big data, de concurrentie doet het ook en is er al verder mee. Achterblijven is geen optie, tenzij je over twee jaar (ook) thuis wilt zitten.

Gyuri Vergouw (Vergouw Consulting) staat ook bekend als Professor Penalty dankzij boeken als De Strafschop en Bondscoach!. Onlangs verscheen zijn boek ‘Het dodo-effect’ over gedragsverandering en de onderstroom in organisaties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *